Ga verder naar de inhoud

Cognitieve vaar­dig­he­den

Herken je dit? Jouw cursist staart naar een oefening en schiet niet in actie. Of je cursist gaat meteen aan de slag, maar veel te snel en zonder rekening te houden met de instructies. Vaak betekent dit dat je cursisten ondersteuning nodig hebben in hun denkvaardigheden. Je leest hier hoe je dat kan aanpakken.  

Wat zijn cognitieve vaardigheden?

Cognitieve vaardigheden heb je nodig om te kunnen leren. Enkele voorbeelden van deze vaardigheden zijn: 

  • waarnemen: welk zintuig zet ik in?
  • nauwkeurig zijn: heb ik alles gehoord of gezien?
  • niet impulsief zijn: ik neem de tijd om rustig na te denken
  • selecteren: welke heb ik nodig?
  • vergelijken: wat is het verschil? wat is gelijk? 

Dankzij deze vaardigheden kan je inhouden verwerken en kennis opnemen. 

De cognitieve vaardigheden of functies worden vaak in een omgekeerde piramidevorm weergegeven. Onderaan vind je de cognitieve functies die essentieel zijn, dat is de basis. Van daaruit wordt er verder gebouwd. Hoe hoger, hoe complexer.  Toch komen 50% van de fouten die mensen maken voort uit de onderste 2 lagen van die piramide. Zo maak je vaak fouten door niet goed te lezen (waarnemen), of door te impulsief te zijn.

 

Waarom en hoe werk ik aan cognitieve vaardigheden in mijn les?

Bij volwassenen met een normale ontwikkeling krijgen deze functies vorm tot het 25ste levensjaar. De meeste cursisten in je klas hebben deze vaardigheden dus ontwikkeld. Alleen hebben sommige cursisten nooit of te weinig geleerd om deze in een schoolse context toe te passen. Daar kan jij hen bij ondersteunen. 

  • Word je als lesgever bewust van de cognitieve vaardigheden die je cursisten nodig hebben om met je opdrachten aan de slag te gaan.
  • Heeft je cursist het moeilijk bij een opdracht? Observeer je cursist. Begrijpt hij de instructie niet op talig niveau? Of heeft je cursist ondersteuning nodig in het denkproces?
  • Benoem de cognitieve functies die nodig zijn: 'We vergelijken' 'Je moet goed kijken'.
  • Geef het goede voorbeeld. Toon wat je doet ('modelling'). 'Ik doorstreep deze woorden dan moet ik er niet meer aan denken.'
  • Cognitieve functies oproepen: 'Waarom doen we deze oefening?' Wat kan je helpen nu?'
  • Cognitieve functies steeds opnieuw expliciet maken, ook tijdens spontane momenten. 

         

Dit moet je cursist doen:

  • iets in een tabel schrijven
  • het juiste item kiezen in een dropdown-menu
  • een opdracht maken die lijkt op opdracht uit vorige les
  • samen een checklist maken en deze gebruiken bij correctie
  • iets opzoeken op Google
  • een AB oefening

Dit maak jij expliciet:

  • Nauwkeurig kijken
  • Elimineren
  • Vergelijken
  • Relaties leggen
  • Benoemen en elimineren
  • Nauwkeurig kijken en niet impulsief zijn

Hoe weet ik of mijn cursist nood heeft aan ondersteuning?

Observeer je cursist. Dit gedrag wijst vaak op nood aan ondersteuning van cognitieve vaardigheden: 

  • Cursist staart voor zich uit
  • Start niet met de opdracht
  • Vluchtgedrag, ontwijken
  • Kopiëren zonder nadenken
  • Verschil niet opmerken, bijvoorbeeld tussen zon-zoon