Ga verder naar de inhoud

The Willingness to Communicate

Wat zorgt ervoor dat cursisten bereid zijn om te communiceren in het Nederlands? Het antwoord op deze vraag is niet eenvoudig. De piramide toonde ons dat er heel wat variabelen invloed hebben op die bereidheid. Als lesgever kunnen we die bereidheid versterken, niet alleen door enkel de communicatieve competentie te verhogen maar ook door in te spelen op andere variabelen.  

De piramide

De piramide heeft aan de top het eigenlijke taalgebruik. Het concept 'The Willingness to Communicate' (WTC) staat daar net onder. Als 'de wil om te communiceren' hoog is, zal ook taal gebruikt worden. Het taalgebruik beïnvloedt de WTC van bovenaf: 

  • Situatie: aantal sprekers, bekendheid met spreker, formaliteit, onderwerp, ruis, vertrouwdheid met de omgeving  ...
  • Taal: niveau van de gebruikte taal, complexiteit van de teksten ...

Het besluit om in communicatie te gaan wordt ook bepaald door enerzijds de situationele aspecten en anderzijds langdurige invloeden. Elke diepere laag heeft minder rechtstreekse invloed op de WTC op een bepaald moment, maar is wel een permanent gegeven als een 'rugzak' die bij elke situatie wordt meegedragen. 

 
Laag 3: situationele invloeden
  • Het verlangen om (met een persoon) te communiceren: "Ik wil communiceren." Dit komt voort uit een verbondenheid met de persoon, het onderwerp, het medium, de taal enz.
  • Het communicatieve zelfvertrouwen van het moment: "Ik kan communiceren." Deze bestaat uit 2 componenten:
    • de angst op het moment (gevoed door verschillende factoren vb. een onveilig kader, slechte ervaringen)
    • het zelfvertrouwen op het moment (eveneens gevoed door eerdere ervaringen)
Vanaf laag 4: langdurige invloeden
  • Laag 4: motivatie
    • Interpersoonlijke motivatie: de nood die je voelt en de verbondenheid die je wil bereiken
    • Intergroepsmotivatie: het behoren tot een bepaalde groep
    • Zelfvertrouwen: het algemene geloof te kunnen communiceren in de taal
  • Laag 5: affectieve en cognitieve context
    • Intergroepsattitudes: de attitude t.o.v. de groep die de taal spreekt
    • Sociale situaties: een ervaring in een bepaalde situatie is niet altijd overdraagbaar naar andere situaties
    • Communicatieve competentie: die wordt vanuit de communicatieve activiteiten in de les ondersteund
  • Laag 6: sociale en individuele context
    • Intergroepsklimaat: de positie van de taal binnen je netwerk
    • Persoonlijkheid: persoonskenmerken

Hoe speel je in op de andere variabelen?

Geleidelijke afname van de afbakening: voorbeelden
  • zelf een onderwerp kiezen om over te praten
  • de smartphone gebruiken om een filmpje te maken over een vrije opdracht
  • als docent niet meteen helpen bij een probleem
Geleidelijke toename van de authenticiteit:
  • betrekking van de buitenwereld in opklimmende gradatie: afgebakend - realistisch nagebootst - authenticiteit binnenhalen
  • opzoeken van activiteiten buiten de klas
Meer variatie in contexten aanbieden:
  • bibliotheek binnenwandelen, ondertiteling gebruiken, aan een conversatietafel
    deelnemen
  • succesvolle ‘proevertjes’ in de klas maar ook daarbuiten
  • inzetten op nieuwsgierigheid en onderzoekende geest
  • inzetten op communicatieve leerstrategieën: hoe kan ik communicatie
    opzoeken en leren uit die ‘ontmoetingen’?
  • variëren van de sociale situaties waarin de taal wordt gebruikt 
Verbinding laten maken met meerdere contexten:
  • vertrouwdheid creëren (vb een moedertaalspreker uitnodigen)
  • mooie, aangename, leuke, interessante zaken tonen (verbondenheid
    met het onderwerp, de omgeving, de mensen)
  • inzetten op keuze: sluit een van de activiteiten aan bij wat ik wil leren?
  • mensen verbinden (vb via gezamenlijke interesses)
  • werken met ambassadeurs en rolmodellen
Cursisten bewuster maken van hun mogelijkheden, motivatie en connectie met het Nederlands zodat ze (meer) sociale situaties opzoeken:
  • Vind je het leuk om Nederlands te leren?
  • Waar voel je je gemakkelijk of niet? Welke situatie wil je beter onder de knie krijgen?
  • Hoe goed kan je een gesprek aan de gang houden?

> Inschatting van het taalniveau bepaalt of men het Nederlands durft te gebruiken. 

Bron: lezing Jan Strybol (lerarenopleider UGent), 25 maart 2022, Brussel.

 

Meer toegepaste 'Willingness to Communicate'? 

Goede praktijk van Inne : 4 stappen tot een verhoogde 'wil om te communiceren'

  1. Talenpaspoort: Waarvoor gebruik je welke taal en waarom? (zie Interview Ish Ait Hamou)
  2. Motivatie en doel: Woordspin: Wat associeer je met het Nederlands? (vb. school, job, …)
  3. Eerste opdracht: spion (Waar hoor ik Nederlands?) > foto maken
  4. Welke spreekkans grijp je in deze module? (Zie ook 'Ik wil werken met een spreekportfolio')